De beweegcrisis onder jongeren

De beweegcrisis onder jongeren

02-03-2026

Waarom spelen belangrijker is dan ooit

Zie jij het ook? Kinderen die sneller naar binnen gaan. Pubers die liever zitten dan rennen. Schoolpleinen waar minder spontaan wordt gespeeld.

Jongeren bewegen steeds minder. Uit recente berichtgeving blijkt dat een groot deel van de kinderen en pubers de beweegrichtlijnen niet haalt (Trouw, 2024a). De e-bike krijgt vaak de schuld, maar het probleem zit dieper. Minder buitenspelen. Minder spontane sportmomenten. Een omgeving waarin zitten steeds vanzelfsprekender is dan bewegen (Trouw, 2024a; De Telegraaf, 2024).

Dat zien we niet alleen in Nederland. Internationaal onderzoek van de OECD laat zien dat minder dan één op de drie kinderen voldoet aan de beweegrichtlijnen van de WHO (OECD, 2024).

De vraag is dus niet alleen: wat gaat er mis? De echte vraag is: hoe maken we bewegen weer normaal?

Wat belemmert kinderen om meer te bewegen?

Het OECD-rapport ‘How can OECD countries empower children to be more physically active?’ analyseert precies die vraag (OECD, 2024). Het rapport gebruikt het Sociaal-Ecologisch Model (SEM) om te laten zien dat beweging wordt beïnvloed op meerdere niveaus tegelijk: van het kind zelf tot overheidsbeleid.

De belangrijkste barrières:

1. Motivatie en zelfvertrouwen

Zelfvertrouwen in eigen kunnen is de sterkste voorspeller voor deelname aan sport. Kinderen die hun motorische vaardigheden niet goed ontwikkelen, haken sneller af. Vooral meisjes stoppen vaker, mede door sociale druk en een sterke focus op competitie in plaats van plezier.

2. Overbescherming en minder vrij spel

Spelen is de belangrijkste bron van beweging. Toch zien we dat volwassenen risico’s steeds meer willen uitsluiten. Het rapport benadrukt juist het belang van ‘risicovol spel’ – klimmen, rennen, ontdekken. Dat helpt kinderen veerkracht en motorische vaardigheden ontwikkelen.

3. Competitieve sportcultuur

Rond hun elfde piekt deelname aan sportclubs. Daarna haken veel jongeren af, vooral wanneer sport draait om winnen in plaats van plezier en sociale verbinding.

4. Inrichting van de omgeving

De fysieke omgeving speelt een enorme rol. Ontbreken veilige fietspaden? Zijn er weinig speelplekken? Dan daalt beweging automatisch. Actieve mobiliteit – zoals lopen of fietsen naar school – kan tot 40% van de dagelijkse benodigde beweging opleveren (OECD, 2024). Beweging is dus geen individuele keuze alleen. Het is een systeemvraagstuk.

Wat kunnen scholen doen?

Scholen spelen een sleutelrol. Maar één gymles per week is niet genoeg.

Het OECD-rapport laat zien dat succesvolle scholen beweging in de hele schooldag integreren. Denk aan:

  • bewegend leren tijdens lessen
  • actieve pauzes
  • naschoolse activiteiten
  • veilige routes naar school

In Finland doet 90% van de scholen mee aan Schools on the Move, een programma waarin bewegen onderdeel is van de schoolcultuur (OECD, 2024).

Dat is precies waar het om draait: bewegen niet als los moment, maar als vast onderdeel van de dag.

Wat kunnen steden en gemeenten doen?

Ook de fysieke omgeving maakt het verschil.

In verschillende landen zien we inspirerende voorbeelden:

  • Autoluwe ‘Superblocks’ in Barcelona
  • Fietstreinen in Portugal
  • Speelstraten in het Verenigd Koninkrijk
  • Genderinclusieve speelplekken in Zweden

Wanneer kinderen zich veilig voelen en zich herkennen in de ruimte, gaan ze die ruimte gebruiken (OECD, 2024).

De omgeving moet uitnodigen. Niet tegenhouden.

Wat betekent dit voor jouw organisatie?

Het Sociaal-Ecologisch Model laat zien dat echte verandering ontstaat wanneer alles samenwerkt:

  • Het kind ervaart plezier en zelfvertrouwen
  • Ouders en begeleiders stimuleren
  • Scholen integreren beweging in de dag
  • De omgeving faciliteert actief gedrag
  • Beleid ondersteunt structureel

Oftewel: bewegen moet logisch, aantrekkelijk en haalbaar zijn. Daar komt spel om de hoek kijken.

Spelen zet beweging in gang

Zodra iets voelt als spel, verandert alles.

Kinderen gaan rennen, overleggen, ontdekken en samenwerken. Niet omdat het moet, maar omdat ze willen. Dat zien we ook in de praktijk. Pubers die eerst sceptisch starten, maar zodra er competitie of strategie in zit volledig opgaan in het spel.

Beweging ontstaat dan vanzelf. Dat is precies wat onderzoek en praktijk samen bevestigen: maak bewegen sociaal, uitdagend en betekenisvol.

Wat Picoo hierin kan betekenen

Picoo is ontwikkeld vanuit precies deze uitdaging: hoe krijg je kinderen samen in beweging op een manier die aansluit bij hun belevingswereld?

Picoo is een interactieve spelcomputer voor buiten, zonder scherm. Spelers reageren op licht-, geluid- en trilsignalen. Ze rennen, spotten, werken samen en maken strategieën.

Je start een spel en binnen een paar minuten is iedereen in beweging.

Picoo past binnen de bredere aanpak die het OECD-rapport aanbeveelt:

  • beweging integreren in de schooldag of BSO
  • samenwerking centraal stellen
  • competitie combineren met plezier
  • technologie inzetten als versterker van fysieke activiteit

Niet als vervanging van sport of vrij buitenspelen. Wel als praktische, laagdrempelige manier om meer kinderen actief te krijgen.

Benieuwd hoe dat eruitziet in jouw school of organisatie? Vraag een informatiepakket aan of plan een proefperiode.

Samen zetten we kinderen weer in beweging.

Bronnen

De Telegraaf. (2024). Jongeren bewegen veel te weinig: niet de schuld van e-bike maar ouders met auto. https://www.telegraaf.nl/binnenland/jongeren-bewegen-veel-te-weinig-niet-de-schuld-van-e-bike-maar-ouders-met-auto/102444088.html

OECD. (2024). How can OECD countries empower children to be more physically active? OECD Education Working Paper No. 339. OECD Publishing.

Trouw. (2024a). E-bike is niet de boosdoener in de beweegcrisis onder jongeren. https://www.trouw.nl/binnenland/e-bike-is-niet-de-boosdoener-in-de-beweegcrisis-onder-jongeren~b1bcd0c9/

Trouw. (2024b). Kwart van jongens ziet niet in dat sporten nut heeft. https://www.trouw.nl/sport/kwart-van-jongens-ziet-niet-in-dat-sporten-nut-heeft~b93b2c22/